Bea’s trein vertrekt om 10.38 van af een of ander trein station in Tours. Toevalligerwijs wil het zijn dat MCL (Marie Claire, mijn nieuwe werkgeefster) zo rond diezelfde tijd aan komt uit Belgie. Een iemand wegbrengen, ander iemand op halen, het kan allemaal. Tomtom brengt ons vlekkeloos naar het station! We rijden de parkeer garage in. 7 etages langs, alles vol, hmmm, ze zouden toch geen kaartjes verkopen als er geen plek is? Uiteindelijk komen we op het dak uit waar nog genoeg plaats is.
Op het station valt het nog even niet mee om te ontdekken welke trein waar aan komt en welke trein vertrekt. Als we dat eenmaal ontdekt hebben, komen we er achter dat de trein van MCL vertraging heeft. Niet veel later ben ik daar heel dankbaar voor.
We wachten even op de trein van Bea. Samen lopen we naar binnen en nemen afscheid. Ik moet huilen. Zij moet huilen. Ik houd van haar, ik zal haar missen. Ze is zo’n fijn mens. Daar sta ik dan, groot mens, te huilen op het perron. De trein heeft ook vertraging en het duurt nog al even voor ze weg is. Poeh, dat viel niet mee. Nu is ze weg. MCL komt pas over 40 minuten aan. Ik ga een eindje lopen in Tours. Dat komt me goed uit. Ik heb de tijd nodig om bij te komen. Ik voel mijn verdriet. Het is mooi weer, de zon schijnt en ineens breekt ook de zon door in mijn hart. Van een verdrietig meisje op de straat, naar een blij mens huppelend op straat. Het is goed zo. Het is zo goed!
MCL komt aan. Ik ben blij om haar te zien. Zij is blij om mij te zien. Samen rijden we naar huis. Onderweg vertel ik en-passant nog even dat Twister volgende week wordt gebracht met een vrachtwagen. Niet zo netjes van mij. Het voelt niet goed dit. Ik beloof mezelf er nog op terug te komen. Een paar uur later doe ik dat ook en is het direct weer goed tussen ons. Ik vind haar fijn!
’s-Avonds ga ik slapen. Voor het eerst alleen in mijn eigen kamer. Het is hier ‘dood’ stil. Geen lantaarn palen, geen verkeer, niks. Alleen de stilte. Ik slaap uitstekend.
